Als ik naar mijn dochter kijk…

Als ik naar mijn dochter kijk, zie ik hoe enorm sterk mijn vrouw is.  Hoe ze me ’s nachts nog even liet slapen terwijl haar vliezen gebroken waren en er al over weeën met regelmaat sprake was.  Hoe we ’s ochtends tussen de weeën door dan maar aan de meegeefgeschenkjes begonnen. Dat hadden we wat laten liggen want ze ging pas 4 januari ten vroegste er zijn en een eerste komt altijd wat later. Toegegeven, ik was er bijna zeker van dat ze er vroeger ging zijn. ‘Als ze een beetje op haar vader lijkt, gaat ze zeker op tijd komen! Ik haat mensen die te laat komen!’
Rond de middag trokken we naar Sint Jan – Ket! – en doken we de verloskamer in. Alles ging vlot, voor het donker was ze er zeker – dat bleek in zomertijd gerekend.  3 uur lang heeft ze uiteindelijk geperst om ons minimensje op aarde te zetten. Uitgeput, kapot, op een andere wereld… alle pijn verbijtend. Oermoeder-instinct.
‘Nog een paar keer!’
‘Dat zeggen jullie al drie uur!!!’
Ik bemiddelend: ‘Dat is wel waar eh mevrouw.’
Toen ik uiteindelijk een been mee moest vastklemmen en wat meer zicht op de zaak had, kon ook ik met veel enthousiasme meebrullen dat het bijna geflikt was. Of het door mijn geschreeuw kwam weet ik niet, maar een paar krachtinspanningen later lag onze dochter op Sofie’s buik. Gewoon wat perfect te wezen.

IMG_2424Als ik naar mijn dochter kijk, zie ik de tranen over mijn wangen rollen nadat ik Frances voor het eerst zag. Wat zich vroeger beperkte tot wat schopjes door mama’s buik, liet zich nu in haar volle glorie aanschouwen. Ze is superknap en alles zit erop en eraan. Het voelde of er een kraan met emoties werd opengedraaid terwijl alle loodgieters op een conferentie zaten, in Brazilië. Zelf al meer dan een decennium vaderloos zijn en dan je eigen vlees en bloed vasthouden. Het doet wat met je. Tegen dat ik mijn zuster aan de lijn had, kreeg ik niet veel meer dan ‘ja’ en ‘neen’ door mijn strot geperst.

 

Als ik naar mijn dochter kijk, zie ik mijn (schoon)familie thuis opdagen met zakken vol klaargemaakt eten dat enkel even opgewarmd moet worden. Vroeger nooit aan gedacht, het eerste wat ik zelf zal langsbrengen als er nog eens iemand in mijn nabije omgeving een kleine krijgt. Ik zie hen rond Fran gaan staan en trots kijken. Ik zie in de ene ooghoek een kom chips rondgaan en in de andere Frannepan terwijl er officieel – met verschillende controleorganen – getimed wordt zodat ze evenlang in ieders liefdevolle armen mag liggen.

Als ik naar mijn dochter kijk, zie ik mijn vrouw nogmaals boven zichzelf uitstijgen. Zie ik haar rustig blijven proberen om onze Frangipan midden in de nacht, heel het huis bij elkaar schreiend, toch maar aan die borst aangelegd krijgen. Terwijl ik ernaast lig al mijn vingers in mijn oren probeer te persen en me afvraag hoe ik ooit terug ga kunnen gaan werken zonder al slapend tegen een vangrail te knallen, blijft zij rustig om onze Franny naast melk good vibes door te geven.

Als ik naar mijn dochter kijk, zie ik een hulpeloos wezen liggen. Mijn hulpeloos wezen. Ik mag haar knuffelen, kussen, in slaap wiegen, wakker maken – om zeker te zijn dat ze nog ademt, verversen…  Ze is het mooiste wat ik ooit zag en verdient niets minder dan mijn onvoorwaardelijke liefde.

Als ik naar mijn dochter kijk, zie ik mij(n), papa.

IMG_6980 2

Advertenties

Brussels ruimtedeelplatform

Mijn vrienden en ikzelf hebben de leeftijd bereikt waarop zondagen niet meer benut worden om terdege te ontkateren, maar eerder om babyborrels af te schuimen om elkaars kinderen te gaan keuren en bejubelen en bijgevolg de zondagochtendkater te verschuiven naar de vroege vooravond.

Zo was ik vorige zondag nog op zo’n babyborrel in het pittoreske Diest, in een prachtig zaaltje pal in het begijnhof in de schaduw van de Sint Catharinakerk. Er stonden wat taarten op tafel, frigo’s werden door de kersverse ouders zelf gevuld en door de bezoekers gretig geledigd. Licht aangeschoten liet ik me door mijn vrouw weer naar Brussel rijden om Anderlecht te zien verliezen van KRC Genk. Nog een kater erbij.

Toen mijn vrouw en ik begin dit jaar trouwden in het Karreveldpark in Molenbeek, zochten we een locatie om na de 15 minuten durende ceremonie onze gasten een glas te bieden en beseften we dat er in Brussel weinig accommodatie door de gemeenten zelf wordt aangeboden. Bevriende politici verwezen ons door naar een bruine kroeg die misschien een achterzaaltje had. Via de gemeente zelf vonden we uiteindelijk een ‘formulier’ dat eigenlijk een reglement bleek te zijn over hoe en onder welke voorwaarden een gemeentelijke zaal kon aangevraagd worden.

http://www.molenbeek.irisnet.be/nl/bestanden/gemeentelijke-reglementen/festiviteiten-evenementen/reglement-salles-20150923-nl-affiche-20151027.pdf

Omdat we al ervaring hadden met de snelheid van handelen van de gemeente Molenbeek lieten we dit plan ook varen. Het was ook eerder voor verenigingen en vzw’s. Uiteindelijk hebben we eieren naar de Clarissen gebracht wat ons een stralende dag opleverde in april en wat flessen champagne opengetrokken in het Karreveldpark.

Binnen enkele maanden wordt onze dochter geboren en zouden wij in principe de volgende in lijn moeten zijn om zo’n drinkgelag te organiseren onder het mom van babykeuring. Helaas is het zo moeilijk om een zaal te vinden. Of het is enorm duur, of het is niet beschikbaar, of je woont niet in de juiste gemeente om er gebruiksrecht op te hebben…

ruimtedelenDaarom ijver ik voor een soort ruimtedeelplatform à la AIRBNB, dat wordt ter beschikking gesteld door het Brussels Gewest en waar alle gemeenten kunnen op intekenen en hun panden kunnen in onderbrengen, met tags van de voorzieningen en hun eventuele kostprijs. Zo kunnen scholen in het weekend of ’s avonds hun polyvalente zaal verhuren aan verenigingen die een vergadering willen doen en een projector nodig hebben, of kan de refter van de school gebruikt worden om een babyborrel in te organiseren – nu kan dat soms als je de leerkracht of directrice van deze of geen school kent ook wel eens lukken, kan de gemeente haar vrije zalen aanbieden en makkelijk verhuren. Geef het aantal personen in, laat weten of je een keuken en/of tafels nodig hebt, frigo’s en een bar,… en hup, de resultaten verschijnen en de aanvraag wordt verstuurd binnen de app of een webplatform. Bied het ineens ook aan aan je verenigingen die wel al een interessante ruimte hebben, zodat zij ook een centje kunnen bijverdienen. Zo kan de voetbalclub haar kantine verhuren tijdens de week om te sparen voor die broodnodige nieuwe keuken! Elke nieuwbakken vereniging vindt vaak ook dat ze recht hebben op hun eigen accommodatie, aangeboden door de gemeente. Op deze manier kun je hier ook een oplossing aan bieden.

Ja, er bestaan al initiatieven. Zo is er Sparespace maar zij bieden eerder zakenruimtes aan. Ook de verschillende CC’s hebben zich verenigd om hun zalen aan te bieden. Maar toch, een overkoepelend initiatief, dat gemeentelijke ruimtes en bestaande ruimtes van vzw’s samenbrengt en ter beschikking stelt voor een zacht prijsje wanneer ze niet in gebruik zijn, zou een welkom initiatief zijn. En het zou perfect passen in een nieuwe, ecologische visie.

 

 

Brussels marathon – relaas van een stervende zwaan

Oktober 2016 vroeg men mij op het werk of ik mee wilde instappen in een sporttraject. We zouden onder begeleiding van EnergyLab een jaar trainen, de whole shabam, met als einddoel de marathon van Brussel. 1 oktober 2017 was met zweet gemarkeerd in mijn agenda.

Niet dat ik ervoor echt weinig sport deed – 2 maal voetbal per week, hardlopen en wekelijkse ritjes op de racefiets. Mijn eerste lichaamsscan bevestigde dat ook: 12% vetmassa voor iemand die graag eet en al wel eens ‘iets’ durft te drinken. De sportdokter zei wel dat ik echte ‘voetballersbenen’ had met véél te korte hamstrings – maar daar komen we later nog op terug. Wat de diëtiste zei heb ik 2 weken volgehouden. Ik ging ervan uit dat ik wel gezond at.

Om een lang verhaal kort te maken: Lopen lopen lopen lopen

Aan het einde van het traject moest ik in 4 looptrainingen per week tussen de 40 en de 50 km lopen: een marathon per week dus. Ik liep wel graag en merkte de vooruitgang, maar een jaar trainen is echt wel heel lang, zeker omdat je ook andere sporten moet links laten liggen omdat er gewoon te weinig tijd is en je lichaam ook wat rust nodig heeft. 3 weken voor de marathon toch even gezondigd en mee gaan voetballen. Noodlottig, zoals het vaak gaat in de laatste meters… Ik wil een iets te platte bal controleren onder mijn voet, bal rolt eronder en mijn lichaam wil corrigeren zodat ik niet op mijn rug beland: ontsteking van de aanhechting van de adductoren in de lies. Bloed, zweet en trainen heeft het me gekost om te geraken waar ik was, maar die laatste maand loopt alles mis. Omdat ik niet zomaar wilde opgeven ben ik dan twee weken lang naar een kine geweest. Zijn verdict: “Mja, je kan het proberen, je adductoren heb je niet echt nodig om te lopen, maar ik zou wel niet meer te veel lopen nu.”

Je lijft smeekt je om te stoppen en dan moet je de kracht hebben om je brein te laten zeggen ‘fuck it, we gaan door’.

En zo geschiedde: Zonder verdere training stond ik 3 weken later aan de start van de marathon. Doodzenuwachtig, met tranen in de ogen puur van nervositeit en spanning. Het enige wat er door mijn hoofd ging was: ‘Ik ga toch geen jaar getraind hebben om hier na 10km uit te moeten vallen!?’ Ik  besloot het per 5km aan te pakken en dan te evalueren. Lukt het nog of niet. Eens de 30 km bereikt, zou ik sowieso toch pijn hebben vermoedde ik, dus dan moest ik maar doorbijten.

Tot 20 km ging alles redelijk goed. Na 15 km zag ik mijn vrouw, broer, schoonzus en hunScreen Shot 2017-10-01 at 16.32.53 schatten van kinderen die helemaal voor mij naar Brussel afgezakt waren. Net als ik gingen zij erna richting Tervuren, alleen zij met de auto en ik met de benenwagen. Toen ik hen de tweede keer zag, bijna in Tervuren en dik 23 km ver begon de eerste vermoeidheid te spelen, maar ik wist dat wanneer ik het toertje in Tervuren rond de vijver had gelopen, ik hen weer zou passeren. Ik liet het ‘om de 5km evalueren’ plan varen en ging voor de emotionele mijlpalen en deelde mijn race op in wanneer ik hen langs de route zou zien staan. Ik merkte dat me dat een enorme boost gaf. Toen ik van Tervuren weer richting Brussel liep, en hen voor de tweede keer zag, was het even op. Mijn ‘voetballersbenen’ en korte hamstrings hadden het opgegeven. Er stond zoveel spanning op dat ik mijn benen haast niet meer gestrekt kreeg en bijgevolg niet meer vooruit raakte. Ik stopte even bij hen en de krampen schoten in mijn been. Opgeven of nù doorlopen!

Toen zei mijn schoonzus: ‘wij gaan nu naar de finish en zien je daar.’ Oh boy, dat gingen nog 14 lange km worden. Volledig verkrampt, met zere knieën, enkels en voeten ging ik door. Toen de pijn in mijn knieën te erg werd, besloot ik er een bekertje koud water over te gieten. Dat ijskoude water liep in mijn schoenen, over de bovenkant van mijn voet – die voelde of ie gebroken was – en de combinatie van dat water op mijn voet deed me denken aan wanneer je in de Zwitserse alpen je voet in een ijskoud riviertje zet en het lijkt of er duizend naalden in je huid geduwd worden. Dat is dus wat ze bedoelen wanneer ze zeggen dat je een marathon meer uitloopt op karakter dan op kunnen. “Yesterday was an easy day” zeiden de NAVY SEALS, opgeven is geen optie.  Je lijft smeekt je om te stoppen en dan moet je de kracht hebben om je brein te laten zeggen ‘fuck it, we gaan door’.

sportograf-109952094_lowres

Na Tervuren sloten we terug aan bij de halve marathonners, richting jubelpark omhoog (toch even moeten stappen hoor) om vanuit het jubelpark naar beneden te duiken richting finish. Gewoon je gewicht naar voor leggen en je benen laten volgen. Ik wilde af en toe stappen maar plots kom je in de stad, via de grote markt waar toeristen achter dranghekken je toejuichen. Tja, dan geef je ook niet op. En zo eindigde na 4 uur en 20 min bewegen mijn eerste marathon. Helemaal kapot. Geen greintje last gehad van mijn lies. Het lichaam leeg, de emotie zwaar. Er waren traantjes, en pijn. Maar door alle pijn toch ook wel veel euforie.

Thuis even een glimp van hoe ons leven binnen 40 jaar er zou uitzien. Ik die mezelf de trap optrek en mijn vrouw die mij tegen mijn gat omhoog duwt. Het moet een zicht geweest zijn. Nu, twee dagen later, trekt de pijn weg en worden de plannen gesmeed voor een volgende loopwedstrijd. Een marathon hoeft niet onmiddellijk, maar de halve marathon van Gent eind deze maand zie ik zeker wel zitten!

Nog twee bemerkingen:

  • Ik zweet vrij veel en er was me dus gezegd dat ik onderweg veel moest drinken omdat ik anders zou verkrampen. Eigenlijk een liter per uur. Tijdens de 20km van Brussel krijg je flesjes water die je eigenlijk kan meenemen en rustig opdrinken tot aan de volgende waterpost. Bij de marathon kreeg je een bekertje. Als je loopt met een bekertje is het na 2 passen leeg. Dat impliceert dat je dus een ad fundum moet doen om water binnen te krijgen, wat dan weer niet goed is voor je maag. Als de organisatie dat volgend jaar zou willen aanpassen, zou ik misschien iets verder hebben kunnen lopen vooraleer ik begon te verkrampen.
  • De trainingen van EnergyLab waren zeer goed, maar we hebben geen enkele keer een run van 30 km moeten doen. Het meeste wat ik gelopen heb in een run was 23 km. Als ik er nu aan terugdenk, was het misschien beter geweest hadden we toch ook tijdens onze trainingen een paar keer ons lichaam tot dat punt moeten drijven, zodat we wisten wat er ons stond te wachten.

Link naar Strava activity

 

Toen ik vader werd

Als ik praat met 50 plussers over mijn nakend vaderschap, merk ik dat het vaderschap 30 jaar geleden startte op het moment waarop de baby het geboortekanaal verliet. Met de gynaecoloog werd tussen de 8ste en 9de wee voor het eerst van hand gewisseld, een eerste baby werd na de geboorte wat onhandig op de arm gelegd en snel weer ingewisseld voor de vertrouwde aktetas omdat “je voor een baby toch niet thuisblijft – want is het niet de taak van de vrouw om daarvoor te zorgen!”

Tegenwoordig zijn wij, nakende vaders, een pak meer betrokken in het productieproces van onze spruit.  Tijdens het eerste gynaecoloogbezoek zat ik bijvoorbeeld met een smile van oor tot oor en verwachtingsvolle blik, op het puntje van mijn stoel, naar een man in witte jas te staren, terwijl ie met zijn vingers in mijn vrouw zat te woelen: ‘En, wat denk je?’  Absurd!

Iets later krijg je een hartslag te horen die qua tempo Usain Bolt moeiteloos klopt in de sprint, waarop dezelfde man in wit pak bromt ‘perfect normaal’.  Daarna toont ie wat abstracte vlakken – zonder verdere uitleg – en worden er maten opgenomen en genoteerd.  ‘Zo, dat is dan 75 euro. Kom binnen 3 maand nog eens terug.’

‘Ja maar, dat is wel mijn baby hoor die daarin zit. Zou je mij niet liever vertellen hoeveel tenen en vingers eraan hangen? Of alles wat toe moet zijn toe is en omgekeerd? Hoe, in alle jaren dat je in het vak zit, je nog nooit zo’n geweldige foetus hebt gezien en hoe onmiskenbaar ik daar dan de vader van moet zijn?’

Niets van dat.

Om mij niet compleet nutteloos te voelen de maanden tot aan de geboorte, leg ik me er dan maar op toe het huis dat we gekocht hebben in piekfijne staat op te leveren tegen eind december. Zo kan de baby, wanneer ze – het is een meisje-  twee dagen na haar geboorte het ziekenhuis verlaat en voor de eerste keer – buiten de baarmoeder – thuiskomt, onmiddellijk vaststellen dat haar vader geen luiwammes is en toch ook zijn steentje heeft bijgedragen aan de zwangerschap. Ik zal haar dan vertellen hoe ik het kapot stuk gyproc in haar kamer vervangen heb, maar haar toch vragen die specifieke plaats te ontzien in de toekomst omdat het toch ook wel de eerste keer was dat papa dit gedaan heeft. Verder zal ik haar uitleggen dat de badkamervloer ooit bruin was, maar dat mama wit toch beter vond en dat papa dat dan zonder morren gefixt heeft. Piece of cake. Ik zal haar zeggen dat ik alle lampen op de binnenkoer vervangen heb en dat ze die later mag aandoen – ook als ze te laat thuiskomt – want ik zou niet willen dat ze in het donker van de betonnen trap schuift en haar snoetje openvalt. Ik zal haar ook vragen om toch voorzichtig te zijn met elektriciteit want dat de laatste keer dat papa eraan hing toch wel een indruk had nagelaten.  Tenzij haar oververhitte hartslag ineens naar beneden valt, dan mag het eventueel wel, maar dat moeten we eerst vragen aan de brombeer in zijn witte jas.

Ik zal haar niet zeggen dat ik soms uitgeput ’s avonds in de zetel plofte waar haar mama al lag te slapen en dacht ‘tsss, en ik zal hier maar werken’.

Ik zal haar wel zeggen dat ik haar mama een pak zelfverzekerder zag worden. Een pak sterker, zelfbewuster. Elke seconde een beetje meer moeder. Een beetje minder aan zichzelf denkend en een beetje meer aan haar. Dat zag ik allemaal in dat moment, terwijl zij, jouw moeder, lag te slapen. Tot jij het natuurlijk weer nodig vond haar een trap in de buik te geven – het zal haar leren mij zo laten werken!
Wat ga jij toch een geweldige mama hebben. Of beter, wat gaan wij toch een geweldige mama hebben!

O ja, de brombeer met de witte jas, hebben we dan toch maar vervangen door bromberin met witte jas.

Het was geen zicht.

Tournée minérale – Een maand zonder alcohol.

Wie me kent, weet dat ik zelden een glaasje afsla. Een van mijn eerste kennismakingen met alcohol was bij de heropening van een kledingswinkel tegenover het ouderlijk huis waar ik achter ’t gat de restjes uit de glazen aan het drinken was tot mijn vader me boven mijn theewater naar huis moest sturen.
Niet veel later vierden we mijn plechtige communie en zat ik een uur lang te gibberen naast ons meme omdat we allebei wat aan de wijn hadden gezeten. Een diepe roes erna was mijn deel.

Als puber in het hoger middelbaar, als lid en leider op de Chiro, als student, als zanger/muzikant in een band… De kansen lagen open en werden veelvuldig benut. Ach ja, het hoort er bij als je jong bent…

Vandaag ben ik 33 en voel ik me soms nog jonger dan mijn leeftijd verraadt. Dat manifesteert zich tegenwoordig in veel sporten. Ik train voor een marathon (3 a 4 looptrainingen per week), 2 dagen per week voetbal ik en met het betere weer dat eraan komt profiteer ik ervan om een keer per week op mijn koersfiets te kruipen.  Een heel ander bestaan dan in mijn studententijd.  Desalniettemin hangt aan al dat sporten toch een sociaal etiket en wordt er verwacht om na het lopen, voetballen en fietsen nog mee een pintje te gaan drinken. En dat doe ik met veel plezier eigenlijk. Maar na meer dan een half leven elke maand/week gedronken te hebben, leek het me tijd om mijn lever eens een maand rust te gunnen en te zien wat er gebeurt.

Lichamelijk heb ik de pech – of het geluk – gehad om tijdens mijn alcoholvrije maand een weekje zwaar ziek te vallen.  De goesting om te drinken ontbrak me volledig. Die om te eten trouwens ook.  Uiteindelijk ben ik tijdens mijn alcoholvrije maand 5 kg kwijtgeraakt, maar ik vermoed dat mijn ziekte daar voor een stuk heeft in meegespeeld. Ook twee weken zonder sport (blessure/ziekte) zal wel een negatieve invloed gehad hebben op mijn magere massa.
Langs de andere kant moet ik zeggen dat ik veel beter sliep en minder lang in mijn nest lag. Ik was frisser als ik wakker werd, vooral in de weekends waardoor deze langer werden en ik meer leuke dingen kon doen.  Niet op cafe gaan gaf me dan weer tijd om nog eens een museum te bezoeken en productief te zijn in de voorbereidingen voor mijn trouw die eraan zit te komen.

Financieel zat het ook wel mee. Ik kocht in januari een vrij dure gitaar die er deze maand via mijn VISA rekening afging. Door spaarzaam te zijn en quasi niet buiten te komen, ben ik niet aan mijn spaarcentjes moeten komen en bleef ik dus niet achter met een financiele kater.  Een zeer positief gevolg!

Maar elk voordeel heeft natuurlijk ook zijn nadeel. Al die centjes uitsparen gebeurde doordat ik niet echt buitenkwam. Na de voetbaltraining ben ik de eerste twee weken niet mee op cafe gegaan. Weg blijven van de verleiding, denken dat ik er toch niets aan zou hebben… Op cafe gaan zonder een pintje te drinken leek me als seks hebben zonder klaar te komen. Iedereen om je heen maakt plezier en jij drinkt water met het idee dat je twee euro betaalt voor een fucking glas. Ik heb tomatensap geprobeerd – dat kan je wat kruiden –  maar na twee consumpties valt dat ook weer tegen. En suikerhoudende dranken kan je ook niet blijven nuttigen aan het tempo van pintjes zonder mottig te worden. Daarnaast zie je iedereen gemoedelijker worden terwijl je zelf meer ad rem bent en je liever de gesprekken wat serieuzer wil houden. Langs de andere kant was ik ook sneller moe dan de mensen die wel aan het drinken waren. Misschien verlegt alcohol daar ook je grens en ervaar je makkelijker wat je lichaam je zegt als je niet drinkt. En sterker, luister je ernaar omdat je geest niet vertroebeld is.
Het viel me ook wel op hoe vaak je alcohol moet weigeren, zonder dat je er anders bij stil zou staan. Glaasje wijn tijdens business lunch, aperitiefje met de vrienden/familie, ’s avonds thuis… Gelukkig is tournée minérale al zo ingeburgerd dat mensen het vrij snel opgeven als je uitlegt waarom je niet drinkt. Eender welke andere maand zou me onbegrip opleveren.

Voor mij was het sociaal isolement de grootste uitdaging aan heel het experiment, maar dat is meer iets wat ik mezelf te danken heb.  Overall is het niet zo dat ik me doorheen de dag enorm veel energieker voel dan anders. Ik denk wel dat ik geleerd heb dat het ook kan om af en toe neen te zeggen tegen dat ene glas. Maar eerlijk gezegd kijk ik er wel naar uit om morgen na de training gewoon net als de rest een pintje te kunnen bestellen en nog een uurtje samen na te kunnen praten onder vrienden, terwijl we het nergens over hebben.

De interpellatie van burgemeester Schepmans: orgelpunt van een burgercampagne

Eind september 2016 schreef ik op mijn blog een open brief gericht aan de burgemeester van Sint Jans Molenbeek.  In die brief probeerde ik een lans te breken voor de zwakke weggebruiker in Molenbeek, die al te vaak halsbrekende toeren moet uithalen om zich van A naar B te begeven binnen de grenzen van de gemeente.  Het onveiligheidsgevoel wordt vaak rechtstreeks veroorzaakt door automobilisten die de verkeersregels niet volgen – iets waar de gemeente vaak niet tegen optreedt.

Mijn open brief bracht heel wat teweeg. Er werd een stuk aan gewijd op de website van Bruzz, ik mocht duiding geven aan mijn oproep in het ochtendslot van Bruzz stadsradio en Bruzz TV draaide een reportage over de veiligheid van fietsen in Brussel. Het gevolg van al deze aandacht was dat ik meer dan genoeg handtekeningen verzamelde om mevrouw Schepmans te interpelleren in de gemeenteraad om het probleem aan te kaarten. Sterker nog, als je even een hot topic bent, word je zelfs door de minister – of zijn kabinet – uitgenodigd om de zaak te bespreken.

Als het aan de minister zelf lag, zou de Gentsesteenweg al lang heraangelegd worden, maar de man was met handen en voeten gebonden aan zijn regenboogparaplu.

Zo gebeurde het dat ik tijdens het wachten op antwoord op mijn schrijven ter interpellatie werd uitgenodigd op het kabinet van minister Pascal Smet. Ik liet me vergezellen door de Brusselse fietsersbond en de Molenbeekse afdeling van het Gracq. Er ontspon zich een open gesprek met veel enthousiasme, er werden oplossingen aangereikt en concrete actie zou binnen de twee maand ondernomen worden gezien het hier over een gewestweg ging en de minister hier autoritair over kon beslissen. In al mijn enthousiasme maakte ik me vrolijk op twitter dat er eindelijk geluisterd werd en iets zou gaan veranderen. Daags nadien werd ik door datzelfde kabinet gebeld met de mededeling dat zulke tweets niet geapprecieerd worden, dat de beloftes misschien toch wat voorbarig waren en dat er liever over succesverhalen gecommuniceerd wordt.

In een recenter verleden werd ik door de minister zelf ontvangen. Hier was de boodschap dat er zeer hard gewerkt wordt, op verschillende domeinen, maar dat het niet altijd zo evident is omdat er meer (lees: politieke) belangen spelen. Als het aan de minister zelf lag, zou de Gentsesteenweg al lang heraangelegd worden, maar de man was met handen en voeten gebonden aan zijn regenboogparaplu. Het trieste is dat hij waarschijnlijk gelijk heeft en dat het politieke klimaat in Brussel niet voorziet in samen – over partijen / belangen heen – naar de beste oplossing te werken.

Gisteren stond dan eindelijk de langverwachte interpellatie op de planning. Ik had de moed al een beetje opgegeven want twee maanden na mijn verzoek had ik nog steeds geen antwoord ontvangen. Nadat ik zelf contact had opgenomen en nadat ik kon bewijzen dat ik mijn brief aangetekend had verstuurd, werd hij plots toch ergens uit een stoffige doos opgediept en werd een datum geprikt.

Terwijl de gemeenteraadslieden in hun bolides kwamen aangereden, gemeenteraaddaagden er een 6-tal van mijn sympathisanten op met de fiets. De stipt-om-zeven-uur geplande gemeenteraad begon uiteindelijk om half acht en nadat er kort (20 min) nog drie puntjes gestemd werden, mocht ik aan de buurt. Ik had 5 minuten om mijn punt te maken, dan mochten de gemeenteraadslieden wat zeggen gevolgd door het antwoord van de bevoegde schepen. Tot slot kreeg ik 3 minuten om te reageren op de antwoorden die me werden voorgeschoteld.

Ik was toch wel verbaasd dat er zoveel gemeenteraadslieden (Jef Van Damme, Dirk Berckmans, Dirk De Block, Khadija Tamditi…) inpikten op mijn punt. Sommigen waren alleen al blij dat er eens een interpellatie in het Nederlands gebeurde, maar de algemene tendens was toch dat men erkende dat er een probleem is in Molenbeek, dat er meer gedaan moet worden rond sensibilisering, dat er strenger opgetreden dient te worden en dat we de zwakke weggebruiker dienen te beschermen. Uiteraard werd ook gewezen op het feit dat de Gentsesteenweg een verkeersader is naar de stad en de commerciële rol die ze speelt voor Molenbeek. Mijn interpellatie ging over verkeersveiligheid en niet over economie. De Nieuwstraat in Brussel is veruit de duurste op mijn monopoly spelbord en daar rijdt tijdens de dag geen enkele auto…

Afsluiten deed Olivier Mahy, schepen van mobiliteit en fietsend protagonist in eerder besproken filmpje van Bruzz TV in bijna vlekkeloos Nederlands. Meneer Mahy bevestigde de gesprekken met het kabinet van minister Smet maar vond de voorstellen van de minister – plaatsen van halve manen op de grond – te gevaarlijk voor de fietser. Hij hoopte snel in volgende gesprekken tot een betere oplossing te kunnen komen. Langs de andere kant werden er eind 2016 doorheen Molenbeek 120 camera’s opgehangen, waaronder enkele op de Gentsesteenweg, die allemaal door een (1!) persoon gemonitord worden. Blijkbaar is het verhaal van de camera’s eentje waar al lang op geteerd wordt.  Op basis van die beelden werden op de Gentsesteenweg tussen januari en nu al 337 boetes uitgeschreven voor gevaarlijk rijgedrag en foutparkeren. Daarnaast worden er 8 fietsagenten ingezet die met de nodige autoriteit zullen optreden.

Het laatste woord was voor mij weggelegd en ik zat eerlijk gezegd met een dubbel gevoel. Langs de ene kant voelde ik dat er een positieve aandacht was. Ik ben ook zeer tevreden met het overleg tussen meneer Mahy en het kabinet van Pascal Smet en de maatregelen (camera’s) die werden genomen. Langs de andere kant vrees ik dat enkel boetes uitschrijven het probleem niet zal oplossen. Het innen van de boetes speelt een belangrijkere rol en daar is het in het verleden al op foutgelopen. Slechts de helft van de boetes wordt geïnd door het huidige bestuur en aanmaningen worden niet verzonden. Ik ben ook zeer benieuwd naar die fietsagenten. Ik had eerder begrepen dat Molenbeek niet op het voorstel in was gegaan om deze in te zetten maar des te beter als het wel zo is. Zij kunnen volgens mij een belangrijke rol spelen in het sensibiliseren van overtreders. Ik heb er helaas nog geen enkele gezien, maar dat is misschien omdat ze eerst nog de cursus “Hoe veilig fietsen in Molenbeek?” moeten voltooien.

 

Kerstshoppen: een Brusselse parabel.

Meestal rijd ik met de fiets vanuit mijn bescheiden woning gelegen te Molenbeek naar het groteske stadscentrum, maar omdat Kerstmis nadert en cadeaus niet vanzelf onder je kerstboom ontspruiten besloot ik me deze keer maar eens door mijn automobielwagen naar de stad te laten voeren.

Ik scheurde vlotjes over de Gentsesteenweg, die bij Zwarte Vijvers verandert in een éénrichtingsstraat – maar rijdt als een volwaardige Duitse 3-vaks autobahn – en vrolijk meandert tot waar het kanaal, bijgestaan door een sympathieke lichtbrug, zich opwerpt als het kleine broertje van de middellandse zee door stad en gemeente van elkaar te scheiden.

screen-shot-2016-12-19-at-14-05-25Nu de crisis ook de middenklasse begint te raken – en omdat mijn automobielwagen steeds meer last krijgt van claustrofobie in het Belgische verkeerslandschap – besloot ik me niet in een dure parkeergarage te stallen maar verkoos ik een kosteloos plaatsje op de centrale lanen. Eens uitgestapt struikelde ik over een verdwaalde microgolfoven recht de voetgangerszone binnen.

Ontgoocheld omdat ik niet tot in de Nieuwstraat kon rijden en de volgende premetro van de beurs tot de Brouckere nog 6 minuten op zich liet wachten, besloot ik voor de ganse familie bloempanch te kopen en ging ik op ’t gemak een lekkere Geuze van Hanssens drinken in Les Brasseurs.

Wat kan het leven toch makkelijk en complexloos zijn, bedacht ik me, als alles netjes geregeld is.