Tournée minérale – Een maand zonder alcohol.

Wie me kent, weet dat ik zelden een glaasje afsla. Een van mijn eerste kennismakingen met alcohol was bij de heropening van een kledingswinkel tegenover het ouderlijk huis waar ik achter ’t gat de restjes uit de glazen aan het drinken was tot mijn vader me boven mijn theewater naar huis moest sturen.
Niet veel later vierden we mijn plechtige communie en zat ik een uur lang te gibberen naast ons meme omdat we allebei wat aan de wijn hadden gezeten. Een diepe roes erna was mijn deel.

Als puber in het hoger middelbaar, als lid en leider op de Chiro, als student, als zanger/muzikant in een band… De kansen lagen open en werden veelvuldig benut. Ach ja, het hoort er bij als je jong bent…

Vandaag ben ik 33 en voel ik me soms nog jonger dan mijn leeftijd verraadt. Dat manifesteert zich tegenwoordig in veel sporten. Ik train voor een marathon (3 a 4 looptrainingen per week), 2 dagen per week voetbal ik en met het betere weer dat eraan komt profiteer ik ervan om een keer per week op mijn koersfiets te kruipen.  Een heel ander bestaan dan in mijn studententijd.  Desalniettemin hangt aan al dat sporten toch een sociaal etiket en wordt er verwacht om na het lopen, voetballen en fietsen nog mee een pintje te gaan drinken. En dat doe ik met veel plezier eigenlijk. Maar na meer dan een half leven elke maand/week gedronken te hebben, leek het me tijd om mijn lever eens een maand rust te gunnen en te zien wat er gebeurt.

Lichamelijk heb ik de pech – of het geluk – gehad om tijdens mijn alcoholvrije maand een weekje zwaar ziek te vallen.  De goesting om te drinken ontbrak me volledig. Die om te eten trouwens ook.  Uiteindelijk ben ik tijdens mijn alcoholvrije maand 5 kg kwijtgeraakt, maar ik vermoed dat mijn ziekte daar voor een stuk heeft in meegespeeld. Ook twee weken zonder sport (blessure/ziekte) zal wel een negatieve invloed gehad hebben op mijn magere massa.
Langs de andere kant moet ik zeggen dat ik veel beter sliep en minder lang in mijn nest lag. Ik was frisser als ik wakker werd, vooral in de weekends waardoor deze langer werden en ik meer leuke dingen kon doen.  Niet op cafe gaan gaf me dan weer tijd om nog eens een museum te bezoeken en productief te zijn in de voorbereidingen voor mijn trouw die eraan zit te komen.

Financieel zat het ook wel mee. Ik kocht in januari een vrij dure gitaar die er deze maand via mijn VISA rekening afging. Door spaarzaam te zijn en quasi niet buiten te komen, ben ik niet aan mijn spaarcentjes moeten komen en bleef ik dus niet achter met een financiele kater.  Een zeer positief gevolg!

Maar elk voordeel heeft natuurlijk ook zijn nadeel. Al die centjes uitsparen gebeurde doordat ik niet echt buitenkwam. Na de voetbaltraining ben ik de eerste twee weken niet mee op cafe gegaan. Weg blijven van de verleiding, denken dat ik er toch niets aan zou hebben… Op cafe gaan zonder een pintje te drinken leek me als seks hebben zonder klaar te komen. Iedereen om je heen maakt plezier en jij drinkt water met het idee dat je twee euro betaalt voor een fucking glas. Ik heb tomatensap geprobeerd – dat kan je wat kruiden –  maar na twee consumpties valt dat ook weer tegen. En suikerhoudende dranken kan je ook niet blijven nuttigen aan het tempo van pintjes zonder mottig te worden. Daarnaast zie je iedereen gemoedelijker worden terwijl je zelf meer ad rem bent en je liever de gesprekken wat serieuzer wil houden. Langs de andere kant was ik ook sneller moe dan de mensen die wel aan het drinken waren. Misschien verlegt alcohol daar ook je grens en ervaar je makkelijker wat je lichaam je zegt als je niet drinkt. En sterker, luister je ernaar omdat je geest niet vertroebeld is.
Het viel me ook wel op hoe vaak je alcohol moet weigeren, zonder dat je er anders bij stil zou staan. Glaasje wijn tijdens business lunch, aperitiefje met de vrienden/familie, ’s avonds thuis… Gelukkig is tournée minérale al zo ingeburgerd dat mensen het vrij snel opgeven als je uitlegt waarom je niet drinkt. Eender welke andere maand zou me onbegrip opleveren.

Voor mij was het sociaal isolement de grootste uitdaging aan heel het experiment, maar dat is meer iets wat ik mezelf te danken heb.  Overall is het niet zo dat ik me doorheen de dag enorm veel energieker voel dan anders. Ik denk wel dat ik geleerd heb dat het ook kan om af en toe neen te zeggen tegen dat ene glas. Maar eerlijk gezegd kijk ik er wel naar uit om morgen na de training gewoon net als de rest een pintje te kunnen bestellen en nog een uurtje samen na te kunnen praten onder vrienden, terwijl we het nergens over hebben.

Advertenties

De interpellatie van burgemeester Schepmans: orgelpunt van een burgercampagne

Eind september 2016 schreef ik op mijn blog een open brief gericht aan de burgemeester van Sint Jans Molenbeek.  In die brief probeerde ik een lans te breken voor de zwakke weggebruiker in Molenbeek, die al te vaak halsbrekende toeren moet uithalen om zich van A naar B te begeven binnen de grenzen van de gemeente.  Het onveiligheidsgevoel wordt vaak rechtstreeks veroorzaakt door automobilisten die de verkeersregels niet volgen – iets waar de gemeente vaak niet tegen optreedt.

Mijn open brief bracht heel wat teweeg. Er werd een stuk aan gewijd op de website van Bruzz, ik mocht duiding geven aan mijn oproep in het ochtendslot van Bruzz stadsradio en Bruzz TV draaide een reportage over de veiligheid van fietsen in Brussel. Het gevolg van al deze aandacht was dat ik meer dan genoeg handtekeningen verzamelde om mevrouw Schepmans te interpelleren in de gemeenteraad om het probleem aan te kaarten. Sterker nog, als je even een hot topic bent, word je zelfs door de minister – of zijn kabinet – uitgenodigd om de zaak te bespreken.

Als het aan de minister zelf lag, zou de Gentsesteenweg al lang heraangelegd worden, maar de man was met handen en voeten gebonden aan zijn regenboogparaplu.

Zo gebeurde het dat ik tijdens het wachten op antwoord op mijn schrijven ter interpellatie werd uitgenodigd op het kabinet van minister Pascal Smet. Ik liet me vergezellen door de Brusselse fietsersbond en de Molenbeekse afdeling van het Gracq. Er ontspon zich een open gesprek met veel enthousiasme, er werden oplossingen aangereikt en concrete actie zou binnen de twee maand ondernomen worden gezien het hier over een gewestweg ging en de minister hier autoritair over kon beslissen. In al mijn enthousiasme maakte ik me vrolijk op twitter dat er eindelijk geluisterd werd en iets zou gaan veranderen. Daags nadien werd ik door datzelfde kabinet gebeld met de mededeling dat zulke tweets niet geapprecieerd worden, dat de beloftes misschien toch wat voorbarig waren en dat er liever over succesverhalen gecommuniceerd wordt.

In een recenter verleden werd ik door de minister zelf ontvangen. Hier was de boodschap dat er zeer hard gewerkt wordt, op verschillende domeinen, maar dat het niet altijd zo evident is omdat er meer (lees: politieke) belangen spelen. Als het aan de minister zelf lag, zou de Gentsesteenweg al lang heraangelegd worden, maar de man was met handen en voeten gebonden aan zijn regenboogparaplu. Het trieste is dat hij waarschijnlijk gelijk heeft en dat het politieke klimaat in Brussel niet voorziet in samen – over partijen / belangen heen – naar de beste oplossing te werken.

Gisteren stond dan eindelijk de langverwachte interpellatie op de planning. Ik had de moed al een beetje opgegeven want twee maanden na mijn verzoek had ik nog steeds geen antwoord ontvangen. Nadat ik zelf contact had opgenomen en nadat ik kon bewijzen dat ik mijn brief aangetekend had verstuurd, werd hij plots toch ergens uit een stoffige doos opgediept en werd een datum geprikt.

Terwijl de gemeenteraadslieden in hun bolides kwamen aangereden, gemeenteraaddaagden er een 6-tal van mijn sympathisanten op met de fiets. De stipt-om-zeven-uur geplande gemeenteraad begon uiteindelijk om half acht en nadat er kort (20 min) nog drie puntjes gestemd werden, mocht ik aan de buurt. Ik had 5 minuten om mijn punt te maken, dan mochten de gemeenteraadslieden wat zeggen gevolgd door het antwoord van de bevoegde schepen. Tot slot kreeg ik 3 minuten om te reageren op de antwoorden die me werden voorgeschoteld.

Ik was toch wel verbaasd dat er zoveel gemeenteraadslieden (Jef Van Damme, Dirk Berckmans, Dirk De Block, Khadija Tamditi…) inpikten op mijn punt. Sommigen waren alleen al blij dat er eens een interpellatie in het Nederlands gebeurde, maar de algemene tendens was toch dat men erkende dat er een probleem is in Molenbeek, dat er meer gedaan moet worden rond sensibilisering, dat er strenger opgetreden dient te worden en dat we de zwakke weggebruiker dienen te beschermen. Uiteraard werd ook gewezen op het feit dat de Gentsesteenweg een verkeersader is naar de stad en de commerciële rol die ze speelt voor Molenbeek. Mijn interpellatie ging over verkeersveiligheid en niet over economie. De Nieuwstraat in Brussel is veruit de duurste op mijn monopoly spelbord en daar rijdt tijdens de dag geen enkele auto…

Afsluiten deed Olivier Mahy, schepen van mobiliteit en fietsend protagonist in eerder besproken filmpje van Bruzz TV in bijna vlekkeloos Nederlands. Meneer Mahy bevestigde de gesprekken met het kabinet van minister Smet maar vond de voorstellen van de minister – plaatsen van halve manen op de grond – te gevaarlijk voor de fietser. Hij hoopte snel in volgende gesprekken tot een betere oplossing te kunnen komen. Langs de andere kant werden er eind 2016 doorheen Molenbeek 120 camera’s opgehangen, waaronder enkele op de Gentsesteenweg, die allemaal door een (1!) persoon gemonitord worden. Blijkbaar is het verhaal van de camera’s eentje waar al lang op geteerd wordt.  Op basis van die beelden werden op de Gentsesteenweg tussen januari en nu al 337 boetes uitgeschreven voor gevaarlijk rijgedrag en foutparkeren. Daarnaast worden er 8 fietsagenten ingezet die met de nodige autoriteit zullen optreden.

Het laatste woord was voor mij weggelegd en ik zat eerlijk gezegd met een dubbel gevoel. Langs de ene kant voelde ik dat er een positieve aandacht was. Ik ben ook zeer tevreden met het overleg tussen meneer Mahy en het kabinet van Pascal Smet en de maatregelen (camera’s) die werden genomen. Langs de andere kant vrees ik dat enkel boetes uitschrijven het probleem niet zal oplossen. Het innen van de boetes speelt een belangrijkere rol en daar is het in het verleden al op foutgelopen. Slechts de helft van de boetes wordt geïnd door het huidige bestuur en aanmaningen worden niet verzonden. Ik ben ook zeer benieuwd naar die fietsagenten. Ik had eerder begrepen dat Molenbeek niet op het voorstel in was gegaan om deze in te zetten maar des te beter als het wel zo is. Zij kunnen volgens mij een belangrijke rol spelen in het sensibiliseren van overtreders. Ik heb er helaas nog geen enkele gezien, maar dat is misschien omdat ze eerst nog de cursus “Hoe veilig fietsen in Molenbeek?” moeten voltooien.