Fietsen met de rem op: de onwil om te regeren.

Ik heb ondertussen de leeftijd bereikt waarop vele van mijn vrienden hun social media posts enkel doch afwisselend (een van) hun kind(eren) lachend hetzij schattig slapend afbeelden. Hoewel ik niet pretendeer een autoriteit op het vlak te zijn, vermoed ik dat de meesten het qua opvoeding en de juiste bagage meegeven goed doen. Hier en daar zie je er echter wel eens een koppel tussen waarbij de wil om hun koter een nanoseconde na het uiten van hun willetje te plezieren zo de bovenhand op hun leven heeft genomen dat ze willens nillens de slaaf van hun eigen creatie zijn geworden. Zulke kinderen durven vaak wel eens uit te groeien tot arrogante etters die denken dat de nulmeridiaan door hun gat loopt en zijn weinig verdraagzaam ten opzichte van enig commentaar op hun acties, daden of persoon. Hoewel goedbedoeld initieel, moeten we de verklaring zoeken voor dit gedrag bij de laksheid van de ouders om berispend tussen te komen.

Zo’n ouder is ook Françoise Schepmans, burgermoeder van de Brusselse gemeente Sint Jans Molenbeek. Mevrouw Schepmans weet wel dat er bepaalde wetten en regels gelden in dit land, maar weigert deze toe te passen op haar electoraal uit angst om de rug toegekeerd te worden of als ‘bad cop’ aanzien te wordenSchermafbeelding 2016-08-04 om 13.31.06.

Een eerste duidelijk voorbeeld van dit beleid is het Gemeenteplein van Sint Jans Molenbeek.  Een plein dat op papier autovrij is, blijkt in werkelijkheid een gratis openbare parking in het centrum van de gemeente te zijn.  Je oudste kind stel je voorop als het op pamperen aankomt en in het geval van een MR politica zijn dat dus de handelaars. Het neemt zelfs zulke proporties aan dat oppositieraadslid Jef Van Damme (sp.a) volgende uitspraak doet: “Dit is geen toeval. Het gemeentebestuur kiest er duidelijk voor om nauwelijks in te grijpen…”

Nog schrijnender is vaak de Gentsesteenweg, meerbepaald het stuk van Zwarte Vijvers tot aan het kanaal. Voor wie niet bekend is met Brussel, deze steenweg is juridisch tussen voorgenoemde punten een eenrichtingsstraat waarbij op de rijbaan parkeren verboden is en functioneel is het een levendige straat die bruist van de commerciële activiteit.  Het is vaak geen sinecure om hier als fietser tussen te laveren. Als het kan, rijden auto’s te snel, mensen steken de straat over zonder kijken en het vervelendst van al: velen denken het recht te hebben om voor de deur van de winkel waar ze moeten zijn hun auto achter te mogen laten. Aangezien er op de meeste stukken geen parkeerplaatsen zijn, houdt dat in dat ze zich uiterst rechts op de rijbaan parkeren op het geschilderde fietspad. Bijgevolg moeten aankomende auto’s uitwijken over het fietspad van de fietsers die uit de tegenovergestelde richting komen waardoor deze te weinig plaats op de rijbaan hebben om veilig langs de auto’s te passeren. Zo ben ik eens door een politiewagen als aankomende fietser van het fietspad gereden en kreeg IK van hen allerhande verwijten naar mijn hoofd geslingerd. Dit bewijst m.i. dat er een bewust beleid van bovenaf is om op te treden tegen overtreders. Molenbeek klaagt bij de armste gemeente van het land te zijn, terwijl 1 agent voor duizenden euro’s per dag boetes kan uitschrijven over een lengte van 500 meter.2016-07-11_18.15.20

Je kan er je energie insteken om elke foutgeparkeerde automobilist hierop aan te spreken, maar vaak zijn dan bitsige verwijten en agressieve reacties van deze nulmeridiaanders je deel. Een andere, vaakgebruikte strategie is de hand verontschuldigend opsteken, alsof deze actie elke voordien gemaakte overtreding automatisch ongedaan maakt.  Totnogtoe blijft mevrouw Schepmans doof voor mijn hulpkreten. Als de taal een probleem is, wil ik dit artikel gerust naar het Frans vertalen voor haar, of beter nog, ik zal mijn best doen om tijdens een persoonlijk gesprek in haar moedertaal mijn mening toe te lichten en haar vriendelijk vragen om voor eventjes terug de rol van boze moeder op te nemen die effectief ingrijpt wanneer mijn kind schoon kind zich niet aan de regels houdt die gangbaar zijn een maatschappij waarin iedereen zowel letterlijk als figuurlijk zijn plaats wil hebben.

 

De reportage over Molenbeek: Een ongestilde honger

De verwachtingen waren hoog voor de reportage over Molenbeek die “miljoenen Amerikanen” gingen zien, maar in werkelijkheid werd er weinig nieuws in verteld.

CBS News: I lost my son to radicals

Mevrouw Schepmans schuift de hete aardappel door tot op federaal niveau, waar ze hem onmiddellijk weer terugspelen: “We hebben een lijst gestuurd met geradicaliseerden in je gemeente, hou het in de gaten en doe er iets aan” is eigenlijk wat men zegt.

Ook, volgens burgemeester Schepmans, is het hoge aantal geradicaliseerden in Molenbeek te verklaren omdat er “veel Marokkanen wonen” die uiteraard Moslim zijn.  Ik weet eigenlijk niet goed wat ik van deze uitspraak moet denken.

Misschien zou het helpen als de burgemeester wat meer zou inzetten op integratie. Maar dan zou het wel helpen moest ze zelf het voorbeeld zijn van een burgermoeder die haar inwoners samenbrengt. In een artikel dat dateert van december 2013 vertelt ze hetvolgende.

“Ik heb wel kritiek op mensen die niet aan onze samenleving willen deelnemen, maar ik spreek zelf geen Nederlands.” Schepmans’ familie is nochtans afkomstig uit Aarschot.

Wie haar ooit in het Nederlands heeft aangeschreven, zal kunnen beamen dat daar niet op geantwoord wordt. Of misschien is enkel mijn mail achter de server gevallen.

Voor mij blijft het altijd hetzelfde schrijnend Belgische liedje: We geven macht aan mensen die de moed niet hebben om ze aan te wenden. De angst om te falen en de macht kwijt te raken werkt verlammend. In plaats daarvan spelen ze verstoppertje achter de talloze structuren die de Belgische staat telt of wijzen ze met de vinger naar andere instanties die evenzeer verantwoordelijk kunnen zijn. Ze kunnen evengoed naar een spiegel staan wijzen, die wijst ook terug. Of het nu gaat om een geradicaliseerden, een brug, opvang van vreemdelingen…

En de burger, die richt zelf een hulpgroep op of organiseert inderhaast de vluchtelingenopvang terwijl ie bij zichzelf denkt: ‘Wie zal me bij de volgende verkiezingen liggen hebben?’