Brussels marathon – relaas van een stervende zwaan

Oktober 2016 vroeg men mij op het werk of ik mee wilde instappen in een sporttraject. We zouden onder begeleiding van EnergyLab een jaar trainen, de whole shabam, met als einddoel de marathon van Brussel. 1 oktober 2017 was met zweet gemarkeerd in mijn agenda.

Niet dat ik ervoor echt weinig sport deed – 2 maal voetbal per week, hardlopen en wekelijkse ritjes op de racefiets. Mijn eerste lichaamsscan bevestigde dat ook: 12% vetmassa voor iemand die graag eet en al wel eens ‘iets’ durft te drinken. De sportdokter zei wel dat ik echte ‘voetballersbenen’ had met véél te korte hamstrings – maar daar komen we later nog op terug. Wat de diëtiste zei heb ik 2 weken volgehouden. Ik ging ervan uit dat ik wel gezond at.

Om een lang verhaal kort te maken: Lopen lopen lopen lopen

Aan het einde van het traject moest ik in 4 looptrainingen per week tussen de 40 en de 50 km lopen: een marathon per week dus. Ik liep wel graag en merkte de vooruitgang, maar een jaar trainen is echt wel heel lang, zeker omdat je ook andere sporten moet links laten liggen omdat er gewoon te weinig tijd is en je lichaam ook wat rust nodig heeft. 3 weken voor de marathon toch even gezondigd en mee gaan voetballen. Noodlottig, zoals het vaak gaat in de laatste meters… Ik wil een iets te platte bal controleren onder mijn voet, bal rolt eronder en mijn lichaam wil corrigeren zodat ik niet op mijn rug beland: ontsteking van de aanhechting van de adductoren in de lies. Bloed, zweet en trainen heeft het me gekost om te geraken waar ik was, maar die laatste maand loopt alles mis. Omdat ik niet zomaar wilde opgeven ben ik dan twee weken lang naar een kine geweest. Zijn verdict: “Mja, je kan het proberen, je adductoren heb je niet echt nodig om te lopen, maar ik zou wel niet meer te veel lopen nu.”

Je lijft smeekt je om te stoppen en dan moet je de kracht hebben om je brein te laten zeggen ‘fuck it, we gaan door’.

En zo geschiedde: Zonder verdere training stond ik 3 weken later aan de start van de marathon. Doodzenuwachtig, met tranen in de ogen puur van nervositeit en spanning. Het enige wat er door mijn hoofd ging was: ‘Ik ga toch geen jaar getraind hebben om hier na 10km uit te moeten vallen!?’ Ik  besloot het per 5km aan te pakken en dan te evalueren. Lukt het nog of niet. Eens de 30 km bereikt, zou ik sowieso toch pijn hebben vermoedde ik, dus dan moest ik maar doorbijten.

Tot 20 km ging alles redelijk goed. Na 15 km zag ik mijn vrouw, broer, schoonzus en hunScreen Shot 2017-10-01 at 16.32.53 schatten van kinderen die helemaal voor mij naar Brussel afgezakt waren. Net als ik gingen zij erna richting Tervuren, alleen zij met de auto en ik met de benenwagen. Toen ik hen de tweede keer zag, bijna in Tervuren en dik 23 km ver begon de eerste vermoeidheid te spelen, maar ik wist dat wanneer ik het toertje in Tervuren rond de vijver had gelopen, ik hen weer zou passeren. Ik liet het ‘om de 5km evalueren’ plan varen en ging voor de emotionele mijlpalen en deelde mijn race op in wanneer ik hen langs de route zou zien staan. Ik merkte dat me dat een enorme boost gaf. Toen ik van Tervuren weer richting Brussel liep, en hen voor de tweede keer zag, was het even op. Mijn ‘voetballersbenen’ en korte hamstrings hadden het opgegeven. Er stond zoveel spanning op dat ik mijn benen haast niet meer gestrekt kreeg en bijgevolg niet meer vooruit raakte. Ik stopte even bij hen en de krampen schoten in mijn been. Opgeven of nù doorlopen!

Toen zei mijn schoonzus: ‘wij gaan nu naar de finish en zien je daar.’ Oh boy, dat gingen nog 14 lange km worden. Volledig verkrampt, met zere knieën, enkels en voeten ging ik door. Toen de pijn in mijn knieën te erg werd, besloot ik er een bekertje koud water over te gieten. Dat ijskoude water liep in mijn schoenen, over de bovenkant van mijn voet – die voelde of ie gebroken was – en de combinatie van dat water op mijn voet deed me denken aan wanneer je in de Zwitserse alpen je voet in een ijskoud riviertje zet en het lijkt of er duizend naalden in je huid geduwd worden. Dat is dus wat ze bedoelen wanneer ze zeggen dat je een marathon meer uitloopt op karakter dan op kunnen. “Yesterday was an easy day” zeiden de NAVY SEALS, opgeven is geen optie.  Je lijft smeekt je om te stoppen en dan moet je de kracht hebben om je brein te laten zeggen ‘fuck it, we gaan door’.

sportograf-109952094_lowres

Na Tervuren sloten we terug aan bij de halve marathonners, richting jubelpark omhoog (toch even moeten stappen hoor) om vanuit het jubelpark naar beneden te duiken richting finish. Gewoon je gewicht naar voor leggen en je benen laten volgen. Ik wilde af en toe stappen maar plots kom je in de stad, via de grote markt waar toeristen achter dranghekken je toejuichen. Tja, dan geef je ook niet op. En zo eindigde na 4 uur en 20 min bewegen mijn eerste marathon. Helemaal kapot. Geen greintje last gehad van mijn lies. Het lichaam leeg, de emotie zwaar. Er waren traantjes, en pijn. Maar door alle pijn toch ook wel veel euforie.

Thuis even een glimp van hoe ons leven binnen 40 jaar er zou uitzien. Ik die mezelf de trap optrek en mijn vrouw die mij tegen mijn gat omhoog duwt. Het moet een zicht geweest zijn. Nu, twee dagen later, trekt de pijn weg en worden de plannen gesmeed voor een volgende loopwedstrijd. Een marathon hoeft niet onmiddellijk, maar de halve marathon van Gent eind deze maand zie ik zeker wel zitten!

Nog twee bemerkingen:

  • Ik zweet vrij veel en er was me dus gezegd dat ik onderweg veel moest drinken omdat ik anders zou verkrampen. Eigenlijk een liter per uur. Tijdens de 20km van Brussel krijg je flesjes water die je eigenlijk kan meenemen en rustig opdrinken tot aan de volgende waterpost. Bij de marathon kreeg je een bekertje. Als je loopt met een bekertje is het na 2 passen leeg. Dat impliceert dat je dus een ad fundum moet doen om water binnen te krijgen, wat dan weer niet goed is voor je maag. Als de organisatie dat volgend jaar zou willen aanpassen, zou ik misschien iets verder hebben kunnen lopen vooraleer ik begon te verkrampen.
  • De trainingen van EnergyLab waren zeer goed, maar we hebben geen enkele keer een run van 30 km moeten doen. Het meeste wat ik gelopen heb in een run was 23 km. Als ik er nu aan terugdenk, was het misschien beter geweest hadden we toch ook tijdens onze trainingen een paar keer ons lichaam tot dat punt moeten drijven, zodat we wisten wat er ons stond te wachten.

Link naar Strava activity

 

Advertenties

Kerstshoppen: een Brusselse parabel.

Meestal rijd ik met de fiets vanuit mijn bescheiden woning gelegen te Molenbeek naar het groteske stadscentrum, maar omdat Kerstmis nadert en cadeaus niet vanzelf onder je kerstboom ontspruiten besloot ik me deze keer maar eens door mijn automobielwagen naar de stad te laten voeren.

Ik scheurde vlotjes over de Gentsesteenweg, die bij Zwarte Vijvers verandert in een éénrichtingsstraat – maar rijdt als een volwaardige Duitse 3-vaks autobahn – en vrolijk meandert tot waar het kanaal, bijgestaan door een sympathieke lichtbrug, zich opwerpt als het kleine broertje van de middellandse zee door stad en gemeente van elkaar te scheiden.

screen-shot-2016-12-19-at-14-05-25Nu de crisis ook de middenklasse begint te raken – en omdat mijn automobielwagen steeds meer last krijgt van claustrofobie in het Belgische verkeerslandschap – besloot ik me niet in een dure parkeergarage te stallen maar verkoos ik een kosteloos plaatsje op de centrale lanen. Eens uitgestapt struikelde ik over een verdwaalde microgolfoven recht de voetgangerszone binnen.

Ontgoocheld omdat ik niet tot in de Nieuwstraat kon rijden en de volgende premetro van de beurs tot de Brouckere nog 6 minuten op zich liet wachten, besloot ik voor de ganse familie bloempanch te kopen en ging ik op ’t gemak een lekkere Geuze van Hanssens drinken in Les Brasseurs.

Wat kan het leven toch makkelijk en complexloos zijn, bedacht ik me, als alles netjes geregeld is.

 

ViaVia komt men altijd op de leukste plekjes

Het durft al eens te gebeuren dat ik een tekst begin te schrijven zonder te weten waar ik zal uitkomen. Op gelijkaardige wijze wil ik al eens door te stad beginnen te wandelen, evenzeer zonder te weten waar ik zal uitkomen.

Al te vaak sterft mijn poging tot wanderlust een veel te vroege dood in een van de gezellige cafés binnen de vijfhoek die ik bovengemiddeld regelmatig frequenteer, al hangt dat natuurlijk ook af van wie je de vraag stelt.

Tegenstrijdig als het leven is herinner ik me van de meest memorabele nachten vaak het minst.

Zo durf ik mijn dag wel al eens te beginnen met een lait russe – met soja melk – of mijn werkweek te beëindigen met kabouterbier in de Barbeton. Het was ook één van de weinige cafés dat open was toen Jantje na de aanslagen in Parijs Brussel een koord  rond de nek hing en er abrupt een snok aan gaf. Het was ook daar dat we schuchter samenkwamen met enkele vrienden om onze gevoelens te delen over wat gebeurd was, twijfelend of die grote ramen nu een voordeel dan wel een nadeel waren bij een eventuele terroristische aanslag. Nuja, er was altijd nog een bar-in-beton waar we achter zouden kunnen schuilen, als mijn kabouter dat toeliet.

Via de Dansaertstraat over de Oude Graanmarkt brengt mijn tocht me naar café ‘de Roskam’ wat zijn naam ontleende aan het gebruiksvoorwerp waar ik mijn zweterige, regressieve haardos opnieuw sluik mee trek na een avondje dansen – en dus niet aan de filmregisseur die je er ook al eens drinkend aantreft. Licht aangeschoten zet ik als een boer die een hoefijzer vindt mijn weg verder.

Via de Vlaamsesteenweg en het pittoreske Land van Luikstraatje arriveer ik aan café Merlo, dat me zeer genegen is. Niet enkel omdat ik er voorzitter ben van hun zaalvoetbalploeg die na vijf jaar eindelijk genoeg moed had ingedronken om eens een reeks hoger te gaan spelen, maar vooral omdat ik er geweldig memorabele nachten heb mogen meemaken en zeer fijne mensen heb leren kennen. Tegenstrijdig als het leven is herinner ik me van de meest memorabele nachten vaak het minst. Eén van die fijne mensen die ik er leerde kennen, eerst in een betaal – ontvang relatie en al vrij snel ik een meer vriendschapsrelatie was de boomlange barman/mede-eigenaar Simon Duhamel wiens cynisme en sarcasme steeds gepaard gaat met een stralende glimlach die van oor tot oor reikt.

Het is diezelfde Simon die niet zo lang geleden zijn vertrek in de Merlo aankondigde en me meetroonde naar een veel te grote bouwwerf 50 meter verder. Achter een imposante gevel werd me een soort van binnen-buiten terras getoond, een ruime eventzaal op de eerste verdieping en de eerste pallet stenen waaruit de nieuwe toog zou opgetrokken worden waaraan ik menig avond zal slijten. “Hier opent op 7 oktober mijn nieuw café, de verderzetting van het ViaVia reiscafé.”

Ik kon me eigenlijk geen betere plaats bedenken om mijn wanderlust te beëindigen dan in een reiscafé, tegenstrijdig als het leven vaak is…

 

Open brief ter interpellatie van mevrouw Schepmans, burgemeester van Sint-Jans-Molenbeek

Geachte burgemeester,
Beste mevrouw Schepmans,

Ik zal maar onmiddellijk met de deur in huis vallen: Wij zijn ontgoocheld en boos.

‘Wij’ zijn de mensen die elke dag het risico nemen om met de fiets door de straten te rijden van het grondgebied dat u, althans voor een periode van 6 jaar, onder uw vleugels heeft gekregen. Misschien heeft niet ieder van ons ervoor gekozen om u als burgemeester te hebben, u daarentegen bent wel de burgemeester van alle inwoners van Sint Jans Molenbeek en u staat in voor de de veiligheid van alle inwoners op dat grondgebied.

Het spijt ons ook dat het zover is moeten komen dat we via deze officiële weg onze ongerustheid moeten uiten. Menig van ons heeft u proberen te bereiken via de sociale kanalen die u – of uw team – beheert, maar behalve de goednieuwsshow die daarop verschijnt, bleef het bitter stil langs uw kant. Goed nieuws moet er zijn, maar wat fout loopt moet u ook durven erkennen en het zou u sieren mocht u hierover in dialoog treden met de mensen die u de hand reiken.

Concreet zouden we hetvolgende willen aanklagen:

‘Wij, de fietsende, zwakke weggebruikers,

  • vinden dat er onvoldoende – doeltreffende – faciliteiten zijn om veilig ons van A naar B te verplaatsen.
  • vinden dat, ondanks die faciliteiten onze positie in het verkeer nog steeds in gevaar is omdat automobilisten de verkeersregels aan hun laars lijken te lappen.
  • vinden dat u te weinig optreedt tegen overtreders waardoor een gevoel van gedoogbeleid zou bestaan ten voordele van de automobilist.’

Het stuk van Zwarte Vijvers – of Etangs Noirs zoals u het ongetwijfeld kent – tot aan het kanaal herleidt de kasseistroken tijdens Parijs-Roubaix tot een rustige strandwandeling.

Omdat ik wil dat u zeer goed de penibele situatie begrijpt waar wij in verkeren, zal ik kort een voorbeeld schetsen dat ik in bijlage van deze brief zal stofferen met enkele foto’s ter verduidelijking:  Ik rijd quasi dagelijks met de fiets via de Gentsesteenweg van ongeveer aan de Mettewielaan tot in het centrum. Het stuk van Zwarte Vijvers – of Etangs Noirs zoals u het ongetwijfeld kent – tot aan het kanaal herleidt de kasseistroken tijdens Parijs-Roubaix tot een rustige strandwandeling. Ondanks er langs weerszijden van de rijbaan een ‘aanliggend fietspad’ geschilderd is en ondanks een – logisch – parkeerverbod op deze fietspaden, moeten we vaststellen dat de autobestuurders deze paden toch gebruiken als extra parkeerstrook, bvb om gauw even naar de bakker te gaan. Niet alleen fietsers, maar ook auto’s moeten uitwijken waardoor ze de fietsers die in tegenovergestelde richting aanrijden hinderen. U begrijpt dat deze chaos geen voedingsbodem is om beginnende fietsers aan te moedigen dagelijks hun stalen ros buiten te halen, integendeel.

Aangezien we ons in de Nieuwstraat van Molenbeek bevinden, met vele winkelende mensen die al shoppend onoplettend de weg oversteken, moeten we ons de vraag stellen of de wagen hier überhaupt nog een plaats in heeft. Zouden we niet een heel pak stress wegnemen van zowel voetgangers, winkeliers, fietsers en automobilisten als we dit stuk steenweg helemaal afsluiten voor king car?

Uit de cijfers die we hebben opgevraagd leiden we af dat er wel boetes opgemaakt worden, maar dat deze veeleer een schijnvertoning zijn, een doekje voor het bloeden. Van alle boetes die uitgeschreven worden, wordt slechts de helft bij de eerste zending betaald. De andere helft krijgt van uw gemeentebestuur – want u int deze boetes die door de politie uitgeschreven worden – geen enkele aanmaning of herinnering toegestuurd, waardoor in se enkel de mensen met enige burgerzin gestraft worden en zij die alle regels aan hun laars lappen een nog grotere dosis je m’en foutisme krijgen door de straffeloosheid van hun daden.

Daarom zou ik, en alle mensen die deze brief samen met mij ondertekenden, van u graag willen horen:

  • Of u dit probleem erkent?
  • Of u vindt dat u genoeg doet om de zwakke weggebruiker te beschermen?
  • Welke maatregelen u zal treffen om de zwakke weggebruiker nog beter te beschermen?
  • Hoe u de onhoudbare situatie in het stuk tussen Zwarte Vijvers en het kanaal zal oplossen?

Ik begrijp goed dat u door de drukke agenda die uw ambt ongetwijfeld met zich meebrengt nog weinig tijd vindt om een fietstochtje door uw mooie gemeente te maken. Daarom willen wij al onze gedeelde ervaring met u delen, als u deze zou appreciëren, om samen tot een oplossing te komen die voor iedereen werkbaar is.

Ik dank u en kijk uit naar uw antwoorden tijdens een van de volgende gemeenteraden.

Zeer beleefde groet,

Simon Steverlinck

Beste inwoner van Molenbeek. Ik heb volgens het gemeentereglement minstens 20 handtekeningen nodig van inwoners van Molenbeek.  Indien u dit probleem erkent en er ook iets aan wil doen, zou ik het fijn vinden als u deze brief samen met mij ondertekent. Ik zal op maandag 3 oktober tussen 20.00 en 22.00 te vinden zijn in het gezelligste café van Molenbeek – Le Saint Charles, Ch. de Gand 394 – om samen met u een pint te drinken en hopelijk uw handtekening te mogen ontvangen.
Niet-Molenbekenaars die willen tekenen – gewoon om een signaal te sturen – zijn ook welkom. Zolang we er maar 20 hebben die in Molenbeek wonen.

Fietsen met de rem op: de onwil om te regeren.

Ik heb ondertussen de leeftijd bereikt waarop vele van mijn vrienden hun social media posts enkel doch afwisselend (een van) hun kind(eren) lachend hetzij schattig slapend afbeelden. Hoewel ik niet pretendeer een autoriteit op het vlak te zijn, vermoed ik dat de meesten het qua opvoeding en de juiste bagage meegeven goed doen. Hier en daar zie je er echter wel eens een koppel tussen waarbij de wil om hun koter een nanoseconde na het uiten van hun willetje te plezieren zo de bovenhand op hun leven heeft genomen dat ze willens nillens de slaaf van hun eigen creatie zijn geworden. Zulke kinderen durven vaak wel eens uit te groeien tot arrogante etters die denken dat de nulmeridiaan door hun gat loopt en zijn weinig verdraagzaam ten opzichte van enig commentaar op hun acties, daden of persoon. Hoewel goedbedoeld initieel, moeten we de verklaring zoeken voor dit gedrag bij de laksheid van de ouders om berispend tussen te komen.

Zo’n ouder is ook Françoise Schepmans, burgermoeder van de Brusselse gemeente Sint Jans Molenbeek. Mevrouw Schepmans weet wel dat er bepaalde wetten en regels gelden in dit land, maar weigert deze toe te passen op haar electoraal uit angst om de rug toegekeerd te worden of als ‘bad cop’ aanzien te wordenSchermafbeelding 2016-08-04 om 13.31.06.

Een eerste duidelijk voorbeeld van dit beleid is het Gemeenteplein van Sint Jans Molenbeek.  Een plein dat op papier autovrij is, blijkt in werkelijkheid een gratis openbare parking in het centrum van de gemeente te zijn.  Je oudste kind stel je voorop als het op pamperen aankomt en in het geval van een MR politica zijn dat dus de handelaars. Het neemt zelfs zulke proporties aan dat oppositieraadslid Jef Van Damme (sp.a) volgende uitspraak doet: “Dit is geen toeval. Het gemeentebestuur kiest er duidelijk voor om nauwelijks in te grijpen…”

Nog schrijnender is vaak de Gentsesteenweg, meerbepaald het stuk van Zwarte Vijvers tot aan het kanaal. Voor wie niet bekend is met Brussel, deze steenweg is juridisch tussen voorgenoemde punten een eenrichtingsstraat waarbij op de rijbaan parkeren verboden is en functioneel is het een levendige straat die bruist van de commerciële activiteit.  Het is vaak geen sinecure om hier als fietser tussen te laveren. Als het kan, rijden auto’s te snel, mensen steken de straat over zonder kijken en het vervelendst van al: velen denken het recht te hebben om voor de deur van de winkel waar ze moeten zijn hun auto achter te mogen laten. Aangezien er op de meeste stukken geen parkeerplaatsen zijn, houdt dat in dat ze zich uiterst rechts op de rijbaan parkeren op het geschilderde fietspad. Bijgevolg moeten aankomende auto’s uitwijken over het fietspad van de fietsers die uit de tegenovergestelde richting komen waardoor deze te weinig plaats op de rijbaan hebben om veilig langs de auto’s te passeren. Zo ben ik eens door een politiewagen als aankomende fietser van het fietspad gereden en kreeg IK van hen allerhande verwijten naar mijn hoofd geslingerd. Dit bewijst m.i. dat er een bewust beleid van bovenaf is om op te treden tegen overtreders. Molenbeek klaagt bij de armste gemeente van het land te zijn, terwijl 1 agent voor duizenden euro’s per dag boetes kan uitschrijven over een lengte van 500 meter.2016-07-11_18.15.20

Je kan er je energie insteken om elke foutgeparkeerde automobilist hierop aan te spreken, maar vaak zijn dan bitsige verwijten en agressieve reacties van deze nulmeridiaanders je deel. Een andere, vaakgebruikte strategie is de hand verontschuldigend opsteken, alsof deze actie elke voordien gemaakte overtreding automatisch ongedaan maakt.  Totnogtoe blijft mevrouw Schepmans doof voor mijn hulpkreten. Als de taal een probleem is, wil ik dit artikel gerust naar het Frans vertalen voor haar, of beter nog, ik zal mijn best doen om tijdens een persoonlijk gesprek in haar moedertaal mijn mening toe te lichten en haar vriendelijk vragen om voor eventjes terug de rol van boze moeder op te nemen die effectief ingrijpt wanneer mijn kind schoon kind zich niet aan de regels houdt die gangbaar zijn een maatschappij waarin iedereen zowel letterlijk als figuurlijk zijn plaats wil hebben.

 

Bestaat er een draagvlak voor de aanslagen in Brussel?

Dinsdagavond 22 maart 2016.
We zijn 9 uur na de eerste aanslag en hebben de dag als in een soort waas beleefd. De twee zwaarste aanslagen die ons land heeft moeten ondergaan worden door de pers via ons netvlies in ons geheugen gebrand. We hebben met twee thuisgezeten en het lijkt wel of de explosies de zuurstof tot uit onze living hebben gezogen; Onze hoofden zijn zwaar en we besluiten naar buiten te gaan om samen met wat vrienden te praten over wat er vandaag gebeurd is.

Omdat de metro uiteraard niet meer rijdt, wandelen we vanuit hoog Molenbeek naar het centrum, de Gentsesteenweg volgend van aan de Mettewielaan helemaal tot aan het kanaal in Brussel.
Terwijl we wandelen proberen we aan elkaar uit te leggen wat we vandaag gevoeld hebben. Voor het eerst stellen we ons de vraag of we de mensen die we op onze weg tegen komen vanaf nu anders moeten bekijken, of we argwaan moeten hebben, of we boos op hen moeten zijn. We besluiten dat we ons niet mogen laten leiden door haat en dat er geen draagvlak is voor wat er vandaag gebeurde. Mensen zijn toch geen monsters?

Halverwege passeren we metrohalte Zwarte vijvers en zien we een politiepatrouille een auto controleren. Twee zwaarbewapende agenten bewaken de perimeter met ogen die in hun oogkassen heen en weer schieten als ware ze in hun REM slaap terwijl twee andere agenten de papieren van de bestuurder controleren. Aan de overkant van de straat staan 3 groepjes jongemannen uitdagend en met brede glimlach op het gelaat naar de agenten te kijken. Je voelt duidelijk de spanning tussen beide partijen. Het lijktaanslag op de glimlach waarmee ik de trap afkwam wanneer mijn zus toonde waar mijn ouders de oningepakte Sinterklaascadeaus verstopt had. Ik was blij maar mocht niet zeggen waarom.

We vroegen ons af of we onze mening moesten herzien. We willen als goed mens er alles aan doen om te slagen in onze multiculturele samenleving
en besloten dat we maar bij onze initiële mening moesten blijven. Maar diep vanbinnen voelden we dat er iets knaagt. Iets wat we niet mogen zeggen. Alsof het cadeau dat we onder bed vonden helemaal niets was dat op ons lijstje stond. De ontgoocheling die onderdrukt moet worden maar op het gelaat te lezen valt.

Ik heb graag gelijk, maar niet vandaag. Toch lees ik artikels waarin jongeren aan de reporter vertellen dat we het uitlokken omdat we Salah hebben opgepakt.  Of artikels waarin jongeren amok maken met de politie net na de minuut stilte, of nog erger, de dag tijdens de aanslagen op de luchthaven.

Pas wanneer we de oorzaken van dit gedrag blootleggen en aanpakken zetten we een eerste stap naar een duurzame oplossing.

De reportage over Molenbeek: Een ongestilde honger

De verwachtingen waren hoog voor de reportage over Molenbeek die “miljoenen Amerikanen” gingen zien, maar in werkelijkheid werd er weinig nieuws in verteld.

CBS News: I lost my son to radicals

Mevrouw Schepmans schuift de hete aardappel door tot op federaal niveau, waar ze hem onmiddellijk weer terugspelen: “We hebben een lijst gestuurd met geradicaliseerden in je gemeente, hou het in de gaten en doe er iets aan” is eigenlijk wat men zegt.

Ook, volgens burgemeester Schepmans, is het hoge aantal geradicaliseerden in Molenbeek te verklaren omdat er “veel Marokkanen wonen” die uiteraard Moslim zijn.  Ik weet eigenlijk niet goed wat ik van deze uitspraak moet denken.

Misschien zou het helpen als de burgemeester wat meer zou inzetten op integratie. Maar dan zou het wel helpen moest ze zelf het voorbeeld zijn van een burgermoeder die haar inwoners samenbrengt. In een artikel dat dateert van december 2013 vertelt ze hetvolgende.

“Ik heb wel kritiek op mensen die niet aan onze samenleving willen deelnemen, maar ik spreek zelf geen Nederlands.” Schepmans’ familie is nochtans afkomstig uit Aarschot.

Wie haar ooit in het Nederlands heeft aangeschreven, zal kunnen beamen dat daar niet op geantwoord wordt. Of misschien is enkel mijn mail achter de server gevallen.

Voor mij blijft het altijd hetzelfde schrijnend Belgische liedje: We geven macht aan mensen die de moed niet hebben om ze aan te wenden. De angst om te falen en de macht kwijt te raken werkt verlammend. In plaats daarvan spelen ze verstoppertje achter de talloze structuren die de Belgische staat telt of wijzen ze met de vinger naar andere instanties die evenzeer verantwoordelijk kunnen zijn. Ze kunnen evengoed naar een spiegel staan wijzen, die wijst ook terug. Of het nu gaat om een geradicaliseerden, een brug, opvang van vreemdelingen…

En de burger, die richt zelf een hulpgroep op of organiseert inderhaast de vluchtelingenopvang terwijl ie bij zichzelf denkt: ‘Wie zal me bij de volgende verkiezingen liggen hebben?’